TINGELINGELING

Draai met twee kinderen het springtouw rond of bind het aan één kant aan een hek of paal. Zing (of zeg het ritmisch op) het onderstaande liedje terwijl iemand springt.

 

Tingelingeling, de schoolbel gaat,

... (naam van degene die springt) moet naar binnen gaan.

Waar kom jij zo laat vandaan?

Ik heb met mijn vriend(innet)je (of naam van iemand) op de hoek gestaan.

Hoeveel kusjes heb jij hem/ haar gegeven?

1, 2 3, ...

(Doorspringen en tellen tot je af bent)