BEERTJE BEERTJE

Draai met twee kinderen het springtouw rond of bind het aan één kant aan een hek of paal. 

De kinderen die draaien zingen (of zeggen ritmisch) het onderstaande 

versje. Degene die springt, beeldt uit wat er gezongen wordt. 

 

Beertje, beertje, was je handen.

Beertje, beertje, poets je tanden.

Beertje, beertje, draai je om.

Beertje, beertje, maak je krom.

Beertje, beertje, met je hoge hoed.

Beertje, beertje, sta je goed?

 

Hoge hoed;     til een denkbeeldige hoed op van je hoofd
Sta je goed?;  sta stil met twee voeten op de grond en het touw  
                 ertussen gevangen.