HOOGSTEPUNTEN

 

1. Verdeel de kaarten eerlijk onder de spelers.
Ieder legt zijn stapeltje kaarten op de kop (gedekt) voor zich.


2. Bepaal wanneer het spel eindigt, bv. na een afgesproken tijd (eierwekker/ alarm zetten). Het spel helemaal uitspelen tot één speler al zijn kaarten kwijt is, duurt erg lang en lukt soms zelfs helemaal niet.


3. Iedere speler legt de bovenste kaart omgedraaid (open) op tafel.
Degene met de kaart met de hoogste waarde mag alle in deze ronde omgedraaide kaarten hebben en legt deze naast zich neer.
De waarde van hoog naar laag: joker – aas – heer – vrouw – boer – 10 – 9 – 8 – 7 – 6 – 5 – 4 – 3 – 2.

4. Wanneer twee of meerder spelers een kaart met dezelfde en ook hoogste waarde omdraaien, dan leggen die spelers nog een omgedraaide kaart op hun eigen en daarna nóg één. Wie dit keer de hoogste waarde heeft krijgt alle in deze ronde omgedraaide kaarten.

5. Herhaal stap 3 steeds opnieuw.

6. Is je stapel op? Schud alle door jou gewonnen kaarten en legt ze weer op de kop op een stapel voor je. Nu kan het spel weer doorgaan.


Wie heeft de meeste kaarten wanneer het spel is afgelopen?